Zelfgenezing


Zonder dat de wekker af ging, was ik ineens klaarwakker. Iets had me gewekt. Het was vroeger dan normaal. Ik dacht erover na wat het kon zijn geweest. Waarschijnlijk de zorgen om de hond die al een tijdje ziek is. Of mijn eigen “ziekte” waar ik me zorgen over maakte. Ik was tenslotte al twee weken benauwd en kortademig.

Het was nog donker buiten. De regen kletterde tegen het slaapkamerraam. Normaal zou ik bij het horen ervan weer snel onder de dekens duiken, maar deze keer niet. Ik had een naar gevoel. Ik kon het niet thuis brengen, maar het voelde niet goed. Het was een gevoel alsof ik iets moest doen, maar er de kracht niet voor had. Het voelde alsof ik door iets beheerst werd wat niet in mijn lichaam thuis hoorde. Was dat nare gevoel de slappeling in mij? De loser, die accepteerde dat hij ziek is? De zielenpoot in mij, die had opgehouden met vechten voor beterschap?

Ik stond op. De hond kwam me kwispelend tegemoet. Ik gaf hem iets lekkers ter verwelkoming van de nieuwe dag. Ik was blij, dat hij zich blijkbaar weer fit voelde, anders zou hij mijn lekkers niet hebben aangenomen. Ik wenste dat ik dat van mijzelf kon zeggen. Sinds mijn korte vakantie in Zuid Spanje voelde ik me beroerd, echt beroerd. Het leek in eerste instantie op een onschuldige verkoudheid, opgelopen in het zwembad van het hotel waar we logeerden.  Al na de tweede dag en ondanks het mooie weer. Ik zou die vakantie verder het bed (moeten) houden. Benauwd en koortsig. En ik was niet de enige. Veel gasten hadden er last van, een aandoening van de bronchiën. Een virus die me te pakken had gekregen. Waarschijnlijk was mijn immuunsysteem nog niet op orde geweest. De week voor Malaga was ik op vastenkuur geweest in een afslank kliniek. Malaga had de troost moeten zijn voor 5 dagen eetonthouding. Dat die oudjes voor de bijl waren gegaan dat kon ik me nog wel voorstellen maar ik, een youngster, altijd gesport, nooit ziek?!

En nu, inmiddels al weer een viertal dagen thuis, na dat onfortuinlijke verwen weekje, was ik nog steeds ziek. De arts had zich er niet erg druk om gemaakt. Een virus had hij geconstateerd en had me drie medicamenten voorgeschreven en rust. Hoe kon hij zo onverschillig zijn? Ik maakte me zorgen. Misschien had ik wel de veteranenziekte of het Ebola virus of iets dergelijks. Toen ik hem ernaar vroeg had hij slechts even meewarig geglimlacht. ‘Diagnoses moest ik maar aan hem overlaten’, hij zei het niet zo rechtstreeks, maar uit heel zijn gedrag kon ik opmaken waar die glimlach voor stond.

Ik ging naar huis en hoopte maar dat de ‘disease’, het me niet lekker voelen (de Engelsen drukken altijd alles zoveel beter uit), snel voorbij zou zijn. Ik hou niet van ziek zijn. Mijn vrouw maakte zich ook zorgen. Ik gedroeg me al een tijdje apathisch en lethargisch. Ze vond dat ik te weinig spiritueel ‘werk” deed. Ze had al een paar dagen voor me gebeden, maar voelde, dat ik me ervoor had afgesloten. Normaal probeerde ik me ook echt te openen voor haar metafysische genezingswerk, maar deze ronde voelde ik me gewoon te ziek, te zielig. Ineens, toen ze vanmiddag weg gegaan was om boodschappen te doen, voelde ik de drang om te lezen in het boek der boeken:Wetenschap en Gezondheid van Mary Baker Eddy uit 1889. Ik zou deze dag actie ondernemen! Misschien was dat ook de boodschap waarmee ik wakker was geworden. “Doe iets”, om uit dat nare, lamlendige gevoel te komen van ziek zijn te komen!

  I settelde me op de bank, dekentje over mijn knieën, kopje thee erbij en het boek van Mary Baker Eddy klaar gelegd om geraadpleegd te worden. Ik sla het boek open op een willekeurige pagina. Mijn gedachten hadden echter moeite om erin te komen. Me geraakt te voelen. Mijn hoofd voelde als een klomp beton en had weinig met mijn intenties op. Het leek zich niet gewonnen te willen geven voor een ‘vluggertje’. Om me snel te laten verdiepen in de essentie van het ‘niet ziek zijn’, in de essentie van het Ware weten, volgens het boek. Na het motto: “Ohhh, was het dat… ohhhh….”, genezen!

Inwendig moest ik om mezelf lachen: ‘”Alleen al het idee, dat ik me wel even zelf zou gaan genezen”!  Tussen de thee en de soep van vanavond in. Daarbij komt nog dat het niet een boek is, dat zich gemakkelijk laat lezen. Het laat zich eigenlijk helemaal niet lezen. Het laat zich slechts begrijpen als het hart zich ervoor opent.  Zonder vooroordelen. Zonder de mogelijkheid open te laten, dat het misschien (vandaag) niet lukt. Veel mensen haken daarom af. Het past niet in de snelle wereld van diagonaal lezen. En van iets denken te begrijpen, al voordat het gelezen werd.

Turbo taal. Turbo begripsvorming. Geen diepgang, maar wel snelle boodschappen. ‘Oneliners’. Ik bedenk me, dat ik het boek zou willen herschrijven, om meer publiek aan te trekken. Deze gedachte zuigt me uiteindelijk in de materie van de manifestatie, waar het boek feitelijk over gaat.

Ik schrik min of meer wakker als mijn vrouw thuis komt van het boodschappen doen. Of ze de koekjes niet vergeten is, ik heb zo’n zin in een koekje. Als ze vraagt “hoe gaat het?” zeg ik, “mmmmm niet zo goed” en leg het boek naast me neer. “Wil je een kopje thee voor me maken”, vraag ik haar, me zielig voelend. “Natuurlijk” zegt ze en strijkt haar hand liefdevol door mijn haar. “Heb je nog kunnen lezen?”, vraagt ze me. “Ja’, zeg ik, “maar mijn oogjes vielen dicht”. Ze glimlachte bij deze herkenning. Dat overkwam haar ook zo vaak. “Blijven lezen hoor!”, riep ze terwijl ze de keuken in liep. Ze wist uit ervaring, dat slechts dat zou helpen. Blijven lezen, blijven je best doen en de ziekte niet aannemen als waarheid. Deze gedachte troostte me.

Ik voelde me al een stuk beter. Ik ging verder met “lezen”. Je zou het ook contempleren, mediteren of bidden mogen noemen, waarbij het boek fungeerde als soort van houvast. Als een soort van  gematerialiseerde gedachte van iets, wat eigenlijk niet uit te leggen viel. Maar er moest iets gebeuren, dat was het signaal, wat ik vanmorgen bij het wakker worden had meegekregen. Ik zou het signaal serieus nemen. Dus sloeg ik het boek weer open, deze keer op pagina 233. “Ten midden van onvolmaaktheid wordt volmaaktheid slechts geleidelijk gezien en erkend” stond er. “Hoe mooi geschreven en hoe waar” bedacht ik me.

Don`t copy text! Auteursrechtelijk beschermd, Plagiaat check ingeschakeld op verzoek uitgever