Vergeten verjaardag

Ik zit aan tafel en kijk naar buiten. De zon schijnt weer volop en de hemel is blauw. Buiten is het verlicht alsof een film aan het opnemen zijn. De rode bloemen tegenover mij op het terras jubelen van vreugde en zwaaien en roepen: „Kom kom”.  maar ik prefereer het donker. Ik voel me moe en depressief. Ik heb zo’n beetje de slechtste nacht gehad sinds heugenis. De stress van de ontdekking dat ik niet aan je verjaardag had gedacht heeft me gisteravond een klap op mijn kop gegeven. Met een hamer. Mijn nek stond stijf van de spanning en mijn hoofd barstte uit zijn voegen. Mijn ogen voelden betraand als had ik een week lang zitten huilen. Ik vervloekte de wereld en al wat me lief was. De verschrikkelijkste gedachten kwamen naar boven. Ik was in een put gevallen en had geen zin meer, geen puf meer om eruit te klauteren. De slaap was geschrokken en liet zich niet meer zien die nacht. Boze demonen cirkelden in het donker om me heen,mij uitlachend met zwarte bebloede tanden en rode gele ogen. Zij hadden lol. Zij hadden hun zin gekregen. Het leek wel of ze de slaapkamer hadden uitgekozen om hun jaarlijkse reünie te houden. Ze schreeuwden door elkaar en gingen soms zelfs elkaar te lijf. Maar dan keken ze weer naar mij en hadden ze weer vrede. Zoveel ellende hadden ze niet verwacht. Wat een lol. Ik probeerde ze weg te jagen met wierook en een kaars. Ik zwaaide met het kruis van Jezus. Maar ze moesten er alleen maar harder om lachen. Ik probeerde le lezen, te internetten, naar muziek te luisteren, maar het mocht niet baten. Ze hadden bezit van mij genomen. Ze vloeiden door mijn aderen en bliezen kwalijke adem uit als had ik dode muis gegeten. Het bed zweette. Het kussen sloeg hamerde op mijn hoofd, hard als beton. Ik liep naar beneden en liet me door het portret van Vosje troosten. Dat hielp even, maar zodra ik weer boven kwam trokken ze aan mijn „haar” en sloegen ze tegen mijn rug. Pijnscheuten waarschuwden voor een nieuwe attack op mijn onderrug. Ik zocht mijn rugband maar kon die niet vinden. Ik probeerde de Williamshouding die de meeste doorbloeding ‘garandeerde’. Ik sloot mijn ogen en bad de Heer om hulp. Ik moest uit mijn lichaam treden. Ik moest het stoffelijke afleggen. Ik moest de deur van de spirituele kamer betreden. Maar het doolhof was groot en verraderlijk. Overal en op iedere deur stond een uitnodiging: ”spirituele kamer” of „spirituele kamer” of „spirituele kamer”, maar het waren slechts valkuilen. Het was donker, slechts een beetje verlicht door de sikkelende maan, zich half verbergend achter boomtakken die wild op en neer zwaaiden door een stormachtige wind. Ik raakte in paniek. Ik liet me vallen in een plas water en bemodderend stopte ik met adem halen. Maar iets in mij zei:”geef niet op mijn lief”. Eh? was het de stem van mijn geliefde? ik probeerde me te concentreren. Maar de dwaling had het door en begon harde afschuwelijke metal beat te draaien gemixt met kraaienoorlog geluiden. Ik draaide me half om zodat een oor vrijkwam. De lucht was niet te harden. Geuren van riool en bedorven vis bedoezelde mijn reukorganen. Handen met aderen zo dik als scheepstouwen en littekens duwden mijn hoofd terug in de modder die inmiddels roodgekleurd was. Ik schreeuwde om hulp maar mijn stem hoorde slechts als een licht gepiep van een verroeste kelderdeur. Toen was het er weer:”geef niet op mijn lief, het is slechts illusie” meende ik te verstaan. „Waar ben je?” gilde ik „ Help me mijn lief, trek me hieruit en neem me mee naar bed. Was me en besprenkel met met eau de cologne. Zalf mijn wonden. Bekleed me met een pyjama van lekker zachte katoen”. Het waren slechts gedachten die meteen weer overstemd werden met zachte lijkend zalvende woorden die me duidelijker bereikten:”de wereld is nu eenmaal boos. Je kunt er niets aan doen. Je bent nu eenmaal slecht en bedorven. Je hebt het verdiend. Je zult alleen overblijven. Konny en de kinderen hebben je uitgelachen. Hebben je laten spartelen aan een zijden draadje boven de berenkuil. Konny wist dat je het zou gaan vergeten en berustte erin, medelijden hebbend met zichzelf. Denkend dat er nooit aan haar gedacht werd, dat zij wel aan anderen dacht maar anderen nooit aan haar. De kinderen hadden geen benul. Ze waren al blij dat zij het niet vergeten hadden. Nee mijn beste man, je hebt gefaald. Je bent een egoïst. Je deugt niet” hoorde ik dan. Ik sloeg wild om me heen met mijn laatste krachten. Voor mijn gevoel raakte ik enkele gedachten vol in het gezicht maar in werkelijkheid waren het slechts enkele schampere bewegingen van een baby. De kracht was verdwenen, opgeteerd. De wil om te vechten was uitgeput. De strijd was gestreden. Van moeheid viel ik in een onrustige slaap. Langzaam verdwenen de demonen. Langzaam werd het rustiger in mijn hoofd. Ik had vannacht twee pillen genomen die langzaam hun werk deden. De medicinale aanval op het kwaad. Maar de depressie bleef. Vanmorgen bij het waken dwarrelende boze gedachtes weer door mijn hoofd. Maar nu ik wat uitgerust was was ik beter in staat om te bidden en voelde langzaam verbetering optreden. Ik kon al weer de dwaling wat uitlachen maar ik wist hij neemt zijn tijd. Hij valt aan op het moment dat je even niet oplet, als een judoka op het strijdveld probeert het juiste moment aan te voelen waarop je de worp inzet. Mmmmmm ik ga de dag maar in met vertrouwen. Ik kan niets meer aan de situatie doen. Ik kan om vergiffenis vragen dat ik de verjaardag ben vergeten, maar dat zou slechts  olie op het vuur zijn in mij. Ik zou me weer schuldig voelen, zegt de dwaling meteen! Oke, finito. Stop! Genoeg geweest!
Ik ga zo douchen en me reinigen. Ik ga me niet verstoppen zoals ik gisteravond had bedacht. Ik ga met opgeheven hoofd de zon op me in laten werken. Ik laat me genezen door Liefde. Ik ga met de bloemen praten. Ik ga de lucht opsnuiven en mijn longen reinigen. Ik ga mijn tanden poetsen om mijn mond fris te maken. Ik ga vandaag een lekkere bami goreng maken. Ik ga mijn ogen drogen met de tranen die gevloeid zijn. Ik ga mijn nagels vijlen. Ik ga rugoefeningen doen om mijn rug te voeden en te hydrateren. Ik ga de les lezen. Morgen ga ik zwemmen, ik heb het armbandje gevonden. Ik ga me scheren en me lekker laten ruiken. Ik ga mooie kleertjes aantrekken. Ik ga mooie gedachtes creëren. Ik ga Leven zoals leven bedoeld is. Ik ga mijn lief liefhebben en haar energie toesturen, haar mijn liefde betuigen. Ik ga me wensen gauw bij haar te zijn om haar vast te houden en even mijn hoofd in haar nek te leggen en even te wenen. Ik ga haar troostende hand voelen. Ik ga de boosheid afleggen, niet in een gevecht van man tot man(nen) maar in een Liefdesuiting. Sorry mijn lief voor gisteren, kus je met intense liefde. We skypen vanmiddag, oké? ik ga nu aan mezelf werken. voel me sterk, gesterkt en boven de materie. Ik laat het toe, laat me even verwennen door Liefde door mijn aderen te laten stromen. Ik ga lezen opdat ieder woord van Mary Eddy Baker me zalft. Me laat zien dat ik een kind van God ben. Me meeneemt naar hogere hoogtes omdat het beneden kil en onfris is. En er geen reden is om daar te zijn. Dat het slechts waanbeelden zijn die de stoffelijke mens creëert als hij medelijden met zichzelf heeft niet wetende dat hij de dwaling in stand houdt. Ik ga de zon voelen als gisterenochtend
HenriBAmore, 
Don`t copy text! Auteursrechtelijk beschermd, Plagiaat check ingeschakeld op verzoek uitgever