Postkantoor Italië

 

De dag was wakker geschud door de zon, wiens stralen op de aarde kaatsten als een tropische regen van goud, alle vormen wakker schuddend: ”wakker worden luiwammesen.”  Ook ik. Ik lig nog even lui na en laat mijn gedachtes gaan naar al die mooie momenten van ontwaking.  Zo zie ik voor me, hoe de  middenstanders hun stoepen voor de winkel aan het vegen zijn, de kantoorklerken strikken hun stropdas voor de spiegel, moeder de vrouw is in de keuken aan de weer, ontbijt, alles klaarleggen voor de kindjes, niks vergeten. De jonge meisjes liggen nog op een oor, ze houden meer van haasten en wachten tot het bijna te laat is, jongens mopperen, ze hebben geen zin in school vandaag. De vertegenwoordigers zitten in de auto en luisteren naar de lengte van de file op de radio, de vrachtwagenchauffeur zit al aan de boterham, hij was al vroeg op pad vanmorgen, zijn gespierde armen om het stuur geslagen, de verpleegsters laten zich moe op bed vallen als ze thuiskomen van de nachtdienst, de toiletjuffrouwen halen opgewekt de wc borstel door het toilet, het belooft een drukke dag voor hun te worden, de sales is begonnen, dat betekent een extra centje, ze sparen voor de vakantie. Reclamejongens die aan de vergadertafel zitten en slogans verzinnen voor de producten van hun klanten, de boeren die het veld om ploegen, ze hebben zich niet gewassen vanmorgen. “Geen zin, ik wordt toch weer vuil,” roept boer Jansen tegen zijn vrouw die gebogen onder koe Bertha’s uiers zit te melken, hem vragend aankijkt. De haan kraait nog even, de kippen aanwijzingen gevend waar ze hun eieren mogen leggen vanochtend. Mensen rijden naar de stad, lopen naar de metro, de stewardess brengt de captain een kopje koffie, hij lacht haar vriendelijk toe, zijn ogen glijden heel even over haar blouse als die iets openvalt wanneer ze zich voorover buigt. Zij glimlacht, onderdeel van de wereld vol verleiding. Op de wallen is het rustig, een enkele hoer zit nog in het schijnsel van het rode licht, ze had vannacht niet zo goed gedraaid. De man voor haar raam kijkt haar aan en steekt twee vingers op. Zij schudt van nee en steekt drie vingers op. Hij sjokt verder, zijn geluk ergens anders beproevend, hij voelt de twee overgebleven tientjes in zijn zak branden, ontbijt of sex? ontbijt of sex? spookt het door zijn hoofd. De directeur zit al aan het hoofd van de tafel terwijl zijn managers een voor een naar binnen komen, papieren onder de arm, de krantenbezorger komt opgelucht thuis, het zit erop vandaag roept hij tegen zijn moeder, die een paar flinke boterhammen met pindakaas voor hem klaar maakt, hij was vroeg op vanmorgen, zij is trots, zo’n ijverige jongen, hij wil er slechts een centje mee verdienen, liever was hij in bed blijven liggen. De asielzoeker staat te schooien bij de ingang van de supermarkt, vrouwen de open hand toestekend, een klaaggezang aanwendend. In de Italiaanse bar ontbijten ze staande hun café met ‘cornetto’, de Italiaanse variant van de franse croissant, op weg naar kantoor, elkaar begroetend met de twee luchtige kussen tegen de wang, en dan de weg vervolgend naar het werk. Wat een bedrijvigheid. zo vroeg op de ochtend. Alles in een functie, niets wat er niet hoort te zijn, blijkbaar. Dan komt de dame in beeld, die me gisteren hoofdpijn bezorgd had. Ze ziet er goedgehumeurd uit vanmorgen, trots en  mondain. Maar hoe zal het haar vandaag vergaan als ze weer onder druk komt? Er gaat een koude rilling over mijn rug als ik aan gisteren terugdenk.Hoe nerveus kan iemand zijn. Ik moest iets betalen, ik had een aangetekende brief thuisgekregen van het kadaster met allerlei dreigende taal, gisteren.  Ik wist niet zo goed wat en hoe te doen. In het dorpje waar ik zomers woon, konden ze me ook niet verder helpen. Italie en haar ondoorzichtige bureaucratie waar de moderne technologie nog geen verworvenheid is. Ik kreeg het advies om naar het hoofdkantoor van de post in Campobasso te gaan om advies te vragen. Daar ging ik gisteren naar toe. Na een uur geduldig wachten was ik eindelijk aan de beurt. De vrouw achter het loket keek me argwanend over haar leesbril aan omdat ik nogal wat papieren bij me had. Ze zuchtte. Ze wide mijn papieren niet bekijken en riep, de volgende wachtend al wenkend, dat ik alles maar op een originele postwissel moest overschrijven, dan mocht ik bij haar terug komen. Originele postwissel? Overschrijven? Dadelijk weer een uur in de rij staan?Ik kon de zin van wat ik moest doen niet begrijpen en dus twijfelde ik, over wat ik nu precies moest doen. Ze gilde (bijna, het scheelde niet veel in volume) mij van achter haar loket  na, dat ik bij de uitgang moest zijn, dat daar al de formulieren lagen. Ik moest drie keer bij haar verifiëren  of ik het juiste had, er lagen diverse soorten. Het mens kookte van woede over zoveel stupiditeit. Ik zei haar nog waarvoor dat allemaal nodig was en zij beantwoorde mijn opmerking met een stortvloed van woorden wat er op neer kwam dat zij de regels niet bedacht had. Zij probeerde bijval te oogsten door de anderen in de rij met een knik om bevestiging vragend, maar iedereen bleef stoïcijns voor zich uit staren, ze waagden zich er niet aan.Tot mijn eigen ergernis maar ook die van haar, moest ik haar ook nog om een pen vragen. Ik ging aan de slag. ik moest dingen invullen, die de apotheker bij mij in het dorp ook niet had geweten, dus het was niet zo’n gemakkelijke opdracht, maar ik deed mijn best. Tot drie keer toe liet ze me het over doen en ook de vierde keer weer was het weer niet goed, om gek van te worden. Deze keer had ik niet duidelijk genoeg geschreven, wat op zich niet vreemd was want  mijn vingers bibberden van de stress, om te doen wat dat mens wilde, in een land waar ik de taal niet zo machtig was als ik me wenste en ik bovendien iets moest doen waarvan me de noodzaak  totaal ontging en dan moest ik ook nog antwoord geven op vragen waarvan ik niet wist wat ze nu precies wilden weten. In gelijke tred met de toename van mijn stress, groeide ook de rij achter me. Ik voelde me opgelaten. Met ‘het mens’ was niet te praten, ze was niet bereid mee wilde helpen, dat behoorde niet tot haar taken probeerde  ze me te overtuigen. Daar was ze niet voor, volgende klant. Even wist ik het niet meer. Ik kon ook niet opgeven want op niet op tijd betalen staat in dit geval een boete van 1000,-Ik moest me vermannen dacht ik, loslaten, het aan God overlaten, dacht ik, haalde diep adem en zegde in gedachten mijn gebed op, die me al zo vaak uit de narigheid gered had: “Ik wandel trouw met u mijn Heer, want u hernieuwt mijn kracht, en uw almacht is met mij, wanneer ik het verwacht. Ik doe zonder u mijn arbeid niet, hoe licht de dagtaak schijnt, alleen uw zegen wijdt mijn werk, laat u verheerlijkt zijn, dan voelt mijn voet niet moede of mat, uw geest versterkt mijn gang, dan zie ik mijn taak als heilig taak en kroon haar met een zang.” Er verscheen een glimlach op mijn mond, ik voelde het in mijn onderbewustzijn. Ik voelde de stress ut mijn lichaam ebben. De mensen achter me stonden ineens niet meer te trappelen van ongeduld. Ze gingen in een kring om me heen staan, de handen in elkaar houdend om de solidariteit te benadrukken. Ze zongen toen mijn gebed in canon met me mee: “Hij wandelt trouw met zijn Heer, want die hernieuwt zijn kracht. Want zijn almacht is met hem want hij verwacht het. Hij doet zonder Hem zijn arbeid niet ….etc. De vrouwen sloegen om de paar seconden een kruisteken en de mannen prevelden mee, het hoofd eerbiedig gebogen. De vrouw achter het loket (eerder ‘het mens’ genoemd, glimlachte me vriendelijk toe en bood me een kopje koffie aan en een stoel, “het zal zo geklaard zijn,”  fluisterde ze in mijn oor, alsof ze me een liefdesaanzoek deed. Ik zag een aantal mensen planten naar binnen brengen om het kantoor op te vrolijken en verse bloemen, er kwamen schilderijen aan de muur te hangen met vrolijke taferelen, Uit de luidsprekeres klonk een zacht esoterisch muziekje. “Zo, klaar”, hoorde ik de vrouw in kwestie zeggen, terwijl ze vriendelijk en vertrouwelijk haar hand op mijn schouder legde. Mooie vrouw, ietwat gedrongen, ik schatte haar op een jaar of 50, het haar geverfd, mooi grijs, de leesbril op haar haren prijkend zoals ze de zonnebrillen graag mogen dragen. Vriendelijk, service gericht. Netjes gekleed, gestudeerd dat kon je zien, van goede huize.Ik schrok wakker uit mijn overpeinzing door de man achter me “prego, sbrigarti” -haast je (uilskuiken)-. ‘Het mens’ keek me boos aan, ze had het formulier maar zelf verbetert. Ze had me geen dienst bewezen, zei ze toen ik haar bedankte, alleen haarzelf. Jammer dacht ik, het leven is zoveel mooier als we elkaar helpen vanuit mededogen. Hoeveel liefde krijg je er niet voor terug. Maar zij wenste mijn liefde niet te ontvangen. Ik groette haar vriendelijk, “Grazie per la tua pazienza, sei gentile,” dank u voor uw geduld u bent echt vriendelijk- zei ik haar voordat ik me omdraaide, maar zij liet het haar niet raken, ze had het druk, er stonden nog zoveel mensen te wachten.Ik geniet van het ochtendzonnetje. Ik zit nog in gedachten bij al die mensen die mij vanochtend de revue passeerden, ieder op zijn of haar eigen manier. Dan zie ik in gedachten háár lopen, ‘dat mens’ van gisteren, toch? Ja, ze was het, ik kon het duidelijk waarnemen. Ze ziet  er vrolijk en opgewekt uit, het haar geschikt en zich mooi gemaakt met huidscrème en poeder, lekker luchtje op, ze zag eruit alsof ze de wereld aan kon. Zij had net haar Fiatje 500 geparkeerd en was op weg naar haar werk, het postkantoor, loket 6.  Het laatste stuk loopt ze, kin omhoog, rechte rug hoge hakken, tasje, in dezelfde kleur als haar jas, onder de arm, haar schaduw dansend voor haar uit springend, ze heeft goede zin.

HenriB

Don`t copy text! Auteursrechtelijk beschermd, Plagiaat check ingeschakeld op verzoek uitgever