Loveletters

07 mei 2019

Buongiorno cara amore mio.

Ik schrijf je.  Morgen kom je al. Ik voel me gevuld van verlangen om je weer bij me te hebben. Dichtbij me. Ik voel je komst in mijn aderen. Mijn bloed stroomt sneller en mijn hartritme is wat hoger dan normaal. De honden zijn ook wat opgewonden. Ze voelen waarschijnlijk dat er iets gaat gebeuren. Ze weten alleen nog niet wat. Vrouwtje komt thuis. Ik zit met mijn voeten in de  kachel. De open haard al vroeg het vuur erin aangebracht. Ik heb geen zin in kou. Is lekker warm, hoewel het natuurlijk niet op kan tegen die van de zon. Ik kijk naar het vuur dat mopperend zijn armen extatisch op en neer zwaait naar de hemel. Als een soort van dankgebed van een ADHD medicijnman die smeekt om gehoord te worden. Hij was eigenlijk al toe aan zijn zomerslaap maar moest onverwachts weer aan het werk. Bijna half mei! Ik ben de caveman. Van duizenden jaren terug. Ik ben jong en sterk en draag een lendegordel van nerts. Net op jacht geweest en een konijn geschoten. Ik heb het dier al gevilt en het ligt klaar om gebraden te kunnen worden. het vuur begint al lekker knapperig te worden. Ik ga het zo bereiden om je met een konijnenschotel te verwelkomen morgenavond. De slowcooker staat al te wachten. Ze wil aan het werk.  Geduldig en met passie voert ze altijd haar taken uit.  Dan wacht wat corvee. De grot aanvegen met een takkenbos van wilgenhout. Ik wil je in een opgeruimde grot ontvangen nadat je een hele tijd bent weggeweest. Naar de stam van je moeder en de kinderen van je vroegere man. Een lange reis van 2000 km. Ik kijk naar de lucht en zie de zwaluwen over de grot zwieren. ALs we toch eens konden vliegen denk ik, dan zou je zomaar  na dertig graden zonverplaatsing hier kunnen zijn. Ik moet lachen om deze fantasie. Ik ben altijd al een krijger geweest met inzicht en tegelijk met toekomstige bewegingen. Ik ben bemind door jou. Je ziet mijn potentieel zoals ik die van jou zie. Velen zijn er bang voor, maar wij niet. Wij dromen alletwee van vliegen. Naar Horebshoogte. Je hebt me een keer bij een van onze eerste ontmoetingen gevraagd of ik zin had met je mee te vliegen. Dat had ik. Dicht tegen je aan om je warmte te voelen. Je energie om naar het beloofde land te kunnen gaan. We vliegen nog steeds. Het is een lange weg maar we zijn beiden jong en sterk. Morgen zullen we weer verenigd zijn. Je wordt gebracht door de herders van de ziel. De geur van de konijnenbout zal je naar me toe leiden.  Al van ver zal je de rookpluim zien van mijn vuur. Mijn vreugdevuur. Ik ben blij, zo blij….Je Lotus

HenriB

Don`t copy text! Auteursrechtelijk beschermd, Plagiaat check ingeschakeld op verzoek uitgever