Een vervloekt briefje van 20 euro

Pietro staat aan de bancomat , de pinautomaat van la Banca di Roma in Termoli, een toeristenstadje aan de Adriatische kust, halverwege de Italiaanse laars. Hij toets het gewenste bedrag in. “Un attimo’, een ogenblikje, geeft het scherm aan. “Trage krengen” murmelt hij. Er staan twee mannen achter hem, die in een geanimeerd gesprek verwikkeld zijn. Met een half oor luistert Pietro mee, maar kan de taal niet thuis brengen. “Albanezen’ denkt hij. Ze worden ingehuurd voor het vuile handen werk. Maar met de invasie van allochtonen is ook de criminaliteit gegroeid en daarom zijn ze niet erg geliefd in Termoli. Zoals ook de Roemenen er niet geliefd zijn. De Polen, die gaan nog, vooral omdat het goede bouwvakkers zijn voor weinig geld.

De geldautomaat lijkt geen haast te hebben. “De straat ziet er wel erg verlaten uit op dit tijdstip”, denkt hij ineens. De twee achter hem doen wat luidruchtig en stoeierig. Pietro wordt een beetje onrustig. Het wachten op zijn geld, die twee mannen achter hem en de verlaten straat, maken het pinnen wel een beetje luguber. Hij is weliswaar stevig gebouwd, zware botten en een ietwat gedrongen lichaam met sterke gefitnesste spieren maar toch. Dan kondigt het lichte geratel van de telmachine aan dat de automaat zo ver is. Het luikje gaat open en er wordt een bundeltje geld naar buiten geschoven als door een onzichtbare hand. En hoewel Pietro zeer alert is, gaat het toch nog flink mis met hem. Voordat hij zich realiseert wat er gebeurt ligt hij op de grond. Piepende banden van een snel weg rijdende auto.  Hij krabbelt overeind, alles doet pijn. Zijn geld is hem ontvreemd. Later blijkt dat ze ook zijn banksaldo hebben kunnen leegplunderen.

Valentino lacht hard, boksbewegingen makend naar zijn maatje Francesco die chauffeert. Ze rijden snoeihard in hun zwarte glimmende BMW 325i richting Pescara waar ze ook vandaan komen. De buit is binnen. Genoeg “gewerkt” vandaag ,lacht Francesco de “capo”, baas van de twee. De brutaalste, de sterkste. Fors gestalte met een ‘stenen’ hoofd als van een boxer. Scheve neus en een dikke gespierde nek. Wel niet altijd de intelligentste. Valentino is daarentegen mager met het gezicht als een muis. Ovaal gezicht, spleetogen en een spitse neus. Zo glad als een aal. De “mooiprater” van de twee. Termoli is hun werkterrein. Daar wonen de mensen met geld. Het gaat ze vooral om bankpasjes met bijbehorende pincodes. Het cash is meegenomen. “Voor de koffie en sigaretten onderweg”, schertst Francesco steeds weer. Pescara hielden ze clean. “Niet je eigen nest bevuilen” had hun oom Rico ze geleerd, alsof hij de Don in eigen persoon was. Valentino en Francesco rijden het parkeerterrein op van het winkelcomplex op, dat zich op loopafstand van de luchthaven van Pescara bevind. Aeroporto internazionale d’Abruzzo. Even bij Elena langs het roodharige vriendinnetje van Valentino. “Barista”, bardame. “Due cappuccini amore” sjanst Valentino, haar in de nek kussend. Hij kiest het briefje van 20 uit de zojuist verworven buit, dat nagenoeg door midden was gescheurd tijdens de vervreemdingsactie. Elena kijkt even bedenkelijk. Dan plakt ze beide helften met een stukje cellotape aan elkaar en geeft lachend het wisselgeld terug. “Ah, heerlijk die munten, die voel je tenminste.” zegt Valentino melig en kust haar op de piercing van haar lip, voordat ze hun weg vervolgen. Buiten gekomen zien ze tot hun schrik hun auto wegrijden. Ze zien de middelvinger van de dief uit het opengedraaide raam fuck you bewegingen maken, als ze de wegrijdende auto proberen in te halen. “Cazzo”, schreeuwt Francesco terwijl hij boos naar de auto kijkt, die het dichtst bij hem in de buurt staat . Alsof die er mede schuld aan heeft.  Hij schopt er woest een deuk in. Een omstander belt een eindje verder heimelijk de politie. Valentino rent in de richting vanwaar de auto was heen gereden, alsof die er nog stond en op het punt stond weg te scheuren. In nieuwe variant ‘rappen’.  Een aaneengeregen snel wisselende gevarieerde, continue stroom van jammerende, klagerige, scheldwoorden. In één teug. Zonder adem te halen en voorzien van gebaren die in de Harlem getto niet zouden hebben misstaan.

Pim en Vera uit Amsterdam bestellen koffie en een broodje prosiciutto met buffalo mozzarella. Pim krijgt een briefje van 20 een briefje van 10 en 5 en nog 3 losse euro’s wisselgeld terug. Het verfomfaaid briefje van 20 is met cellotape beplakt. Het ziet er fake uit. Pim is er niet blij mee, maar heeft geen zin erover in discussie te gaan, hij kent geen woord Italiaans. Een uur later checken ze in voor hun vlucht naar Eindhoven. Weer een uur later stijgen ze op en twee uur later landen ze in Eindhoven. De lopende band beweegt al, als ze bij de bagage terminal aankomen. Met hun koffers achter ze aan slepend komen ze in de aankomsthal. Het regent pijpenstelen. “Shit”. De auto staat een eind van de luchthaven af geparkeerd op een van die goedkopere private parkeer plaatsen. “Zullen eerst maar koffie drinken?” stelt Vera voor. Ze nemen ook nog een broodje tonijn. Het smaakt ze totaal niet en lijkt te passen bij akelige donkere stormachtige sfeer buiten. “Mooie welkom” klaagt Pim. Het brood smaakt oud en de tonijn nattig. De koffie als “aqua nera ,zwart water. Pim rekent chagrijnig af. Met zijn Italiaanse ‘cellotapige’ briefje van 20. ”Die mogen we niet aannemen meneer”, zegt de caissière, die het briefje terug schuift alsof het besmet is met aids bacteriën. Pim gaat nog in discussie, maar weet al op voorhand dat hij die gaat verliezen. “Laat toch maar schatje” sust Vera hem in zijn oor. Pim baalt en smijt een ander briefje van 20 op de toonbank. Ze kijkt hem spottend aan als ze het wisselgeld teruggeeft. Pim druipt af en zegt nog ter afscheid, dat hij bij hen nooit meer een stap zal binnen zetten. Ze haalt haar schouders op. In de auto naar huis is Pim vreselijk opgefokt. Hij zoekt de ruzie met Vera op. Harde verwijtende geluiden overstemmen het dieselgeluid en de winterbanden. Uiteindelijk was het immers haar schuld geweest. Zij had zin in koffie gehad. Zij rijden eerst naar de Bulldog op het Leidseplein. Pim moet tot rust komen. Het Italiaanse briefje van 20 gaat geluidloos over in de handen van de coffeeshophouder, die als een croupier het briefje weer doorschuift naar de volgende klant.

Dieter had die middag lekker in de Bulldog zitten blowen met een collega van het werk. Gebrainstormd zou hij later tegen zijn baas zeggen. Geestverruimende brainstorming. Buiten klinkt een ruzie. Schreeuwende mensen. Hij ontwaakt als uit een hypnose en kijkt op zijn horloge. “Mmmm”,denkt hij, “tijd om er weer eens vandoor te gaan”. Hij staat op, hugged zijn collega en gaat naar de kassa. Deze bevindt zich, als je de Buldog binnenkomt meteen rechts. Links iets ervoor staat altijd een breedgeschouderde portier. Vóór Dieter staat een zongebruinde jonge vent die er ondanks zijn gezonde kleurtje opgefokt uitziet. “Die heeft écht een stikkie nodig” denkt Dieter. Bij de Buldog is het net als bij de Chinees, je kunt er aan tafel of je kunt er ‘afhalen”. “Die gaat thuis lekker blowen”, dacht hij. Dan is hij aan de beurt en rekent af. Hij heeft geen benul van de cellotape op het briefje van 20 dat hij als wisselgeld  terug krijgt. Hij voelt zich beneveld. Lekker beneveld. Buiten gekomen voelt hij zich strak in de broek worden. Hij denkt aan Chantal. Aan haar lekkere kontje en haar lekkere mondje. Bij ieder stap die hij zet voelt hij zijn gulp verder verstrakken. Hij loopt richting Oudezijdsvoorburgwal. Steeds sneller als een paard die zijn stal ruikt. Hij ruikt Chantal en geniet al van de voorpret. Hij ziet haar al van ver voor het raam zitten. De rode gloed hitst hem nog verder op. Binnen neemt zij het roer over. Hij hoeft niets te doen, alleen maar op zijn rug te liggen, Chantal doet de rest, snel en vakkundig. De ontlading al binnen tien minuten. Zoals altijd bij haar. Daarom hoeft hij bij haar ook niet veel te betalen. Soms geeft hij een flinke fooi. Deze keer niet. Deze keer alleen een briefje van twintig. Een met cellotape beplakt briefje van 20. Chantal frommelt het briefje in haar BH en knijpt Dieter nog eens speels in zijn ballen voordat ze hem uitgeleide doet. “Volgende keer weer een fooitje?” Fluistert ze hem pruilerig in het oor. Dieter glimlacht ter bevestiging. Zijn gedachten zijn niet meer bij haar. Hij voelt zich de laatste tijd wat ziekelijk. Dieter heeft aids, alleen hij weet het nog niet. Chantal zou het eerder weten dan hij.

Chantal zit bij dokter Heinen. Remco, voor haar. Voor de jaarlijkse gratis controle. Soms komt hij bij háár langs en mag hij even haar bezitten. Ook gratis. Maar nu doet hij wat testen. “Bel me Dinsdag maar op voor de uitslag”, zegt hij en slaat haar vertrouwelijk even op haar billen. Chantal  voelt het niet. Ze is met haar gedachten niet meer bij hem. Ze voelt zich de laatste tijd wat ziekelijk.

 

HenriB

Don`t copy text! Auteursrechtelijk beschermd, Plagiaat check ingeschakeld op verzoek uitgever