Afscheid

De song van Roos raakt me diep in mijn hart. Zoals Pleun’s ode er na. Mijn zoon houdt mijn hand vast om me troosten, zelf vechtend tegen de emotie. Zijn ingehouden tranen laten die van mij ongegeneerd hun weg gaan. Ik probeer ze niet meer tegen te houden. Ik wil ze voelen, proeven. Ze symboliseren mijn gemiste kansen met Ed. De gemiste kansen voor een hechte vriendschap welke beter zou gedijen nu we wat gerijpter zijn. In staat zijn de mogelijkheden van ons eigen kunnen beter in te schatten. Nu pas ontdek ik dat we allebei dezelfde aangeboren creativiteit bezitten. Waarom heb ik nooit geweten hoeveel gemeenschappelijks we delen? Om dingen samen te kunnen doen, elkaar aanvullend en inspirerend. Nu kan het niet meer. Gemiste kansen. Ze voelen als een leegte die niet meer op te vullen is, niet meer in staat zijnde om ons samen te voeden in onze passie voor uniciteit. Voor onze individuele bewijsdrang om iets te betekenen in een wereld, welke vergeven is van mogelijkheden tot expressie van de ziel. Met fotografie of met pastelverf. Of met gedichten. Of met de gitaar waar Ed zo van houdt. Of met Haiku’s, waar ik zo van hou. Die mooie korte Japanse gedichtjes die de puurheid van ‘het zijn’ zo treffend kunnen weergeven, het gevoel rakend in haar kern. Gemiste kansen, om de creativiteit te delen welke bij ons beiden aanwezig is, versleuteld in onze genen, versluierd en wachtend om aangebroken te worden in gezamenlijkheid. Om onze creativiteit in elkaar te laten overvloeien. Om zo tot een nieuw concept te komen, bewonderd door degenen die zich ervoor willen openen.  Maar het kan niet meer. Ik kijk naar buiten als er een vogeltje komt aangevlogen. Een haiku-achtig tafereel.

‘De mus kijkt me aan

Heel even, vanaf de tak,

“Tjilp”,..en weg vliegt hij’

Ik voel de werking van de woorden door me heen vloeien. In een reis terug in de tijd, zie ik Ed voor me, hangend op een stoel. Verveeld. Hij heeft het lijf van mijn vader. Dun, lang en pezig, platte buik. Sterk gezicht. Een té grote bos met haar, maar enigszins passend in de periode van halverwege de zestiger jaren. Voor mijn gevoel is hij dertien. Ik ben wat gedrongen, zware botten. Krachtig en sterk. Met een groenglazige bril die me opwaardeert in het rijk van de intellectuelen. We besluiten een spelletje ballonvoetbal te doen. De opengeschoven salondeuren als doel. Ik zie hem op me af komen als in een slow motion scene. De voorgedrukte verbeten glimlach op de mond die de zekerheid uitstraalt niet bang te zijn voor de tegenstander. Zijn haren lang, wild en onstuimig meebewegend in de vloeiende, vertraagde beweging, in een poging te scoren. Ik ben de keeper. Ik sta in het doel en probeer hem met wilde ongecontroleerde bewegingen tegen te houden. Hij wenst maar één ding,de overwinning. Om zijn zegeviering te kunnen delen met de andere familieleden, als we allemaal aan tafel zitten om aan te vallen op de spijzen en onze vader vraagt hoe de dag is gegaan. Ik zie Ed dan op het puntje van zijn stoel schuiven, me lachend, uitdagend aankijkend voordat hij de familie deelgenoot laat maken van zijn succes. Ik zie mijn vader glimlachen, trots op het doorgegeven talent aan de jongste van het stel. Het nakomertje dat zich niet heeft tegen laten houden geboren te worden, ondanks te verwoede pogingen van onze ouders om de vrucht af te drijven op de brommer over de keien hobbelend, het bekende abortusweggetje aan het Drommels kanaaltje. Ed, een ongelukje, voor het al overcomplete  gezinnetje Bouman dat het al niet te breed heeft. Ed die zijn overlevingsmentaliteit al voor zijn geboorte heeft meegekregen en daarom is geboren. Ook nu wil hij winnen. Maar zover zou ik het niet laten komen. Ed is sneller, beweeglijker. Toegegeven. Maar ik ben 5 jaar ouder, krachtiger, sterker, ook verbaal. En dus win ík. Spelregels worden ruim geïnterpreteerd als je jong bent en ouder dan de ander. Hij is boos en doet de belofte nooit meer met mij te spelen, beloftes die snel worden vergeten in een huis waar de competitie door de aderen vloeit als adrenaline en koolhydraten paraat om aangewend te worden om de strijd aan te gaan.

Onze vader als de ‘Godfather’, de kapitein op het schip, met ons jongens als de trouwe matrozen in opleiding. Hoe te overleven in een wereld, waar de wet van de sterksten van lichaam en geest heerst. Onze vader, beroepsmilitair en fanatiek voetballer, strijder voor gerechtigheid en vooral strijder in het spel. Van hem hebben we het speeksel en het zweet dat vloeit in onze passie het spel naar onze hand te zetten, van onze jeugd één grote wedstrijd makend. Constant de snelste willen zijn, de sterkste, de slimste. De talentvolste. Ik voor Ed de tegenstander, maar tegelijkertijd ook de strenge leermeester, genetisch bepaald. Ed, meestal mijn tegenstander, de strengheid op de een of andere manier altijd in mij wakker schuddend. Mogelijk vanwege zijn luiheid (in mijn ogen). Nooit zin in iets te doen. En nu zie ik hem op al die voorbij komende beelden, geprojecteerd op het grote scherm, zo actief met zijn kinderen en met al zijn verre reizen, en zijn schilderingen van grote doeken en zijn gitaar en zijn ukelele. Ik heb dit alles niet geweten. Hij heeft me ook nooit in een van die activiteiten laten delen. Wat zouden  we samen veel hebben kunnen doen, veel hebben kunnen ondernemen. Wat zouden we een plezier aan elkaar hebben beleefd. Maar mijn dominantie heeft hem waarschijnlijk altijd afgeschrikt. Hij heeft nooit geweten dat ik  later milder ben geworden, zachter, romantischer, poëtischer, meegaander, creatiever. Ik kan het hem niet meer vertellen of tonen.

“Henk, Ed heeft een hersenbloeding gehad,” Een telefoontje van mijn oudere zus. De schade lijkt gelukkig mee te vallen. Ik wacht liever met bezoek tot het iets beter met hem gaat. Uiteindelijk gaan er drie maanden overheen als ik mijn bezoek plan, een afspraak die ik op het laatst afzeg vanwege migraine. Ik hoor de dag erna hoe teleurgesteld hij is geweest. Ik plan een nieuwe afspraak voor de week erop. De telefoon ringelt ’s-morgenvroeg , ik lig nog in bed. Slechts de aanhoudende pogingen mij te bereiken maken dat ik opsta. “Henk, Ed is overleden……” Ik huil tot er geen tranen meer komen en loop langs het kanaal mezelf verwijtend, dat ik de kans heb gemist hem te vertellen, dat ik van hem heb gehouden. Van boosheid gooi ik al de stenen die zich in mijn nabijheid bevinden in het water. Iedere steen geladen met boosheid op mijzelf en verdriet.

En nu zit ik hier apathisch naar de beelden te kijken van die heel andere Ed dan die ik altijd voor ogen heb gehad. Zijn het de aannames die ons mensen uit elkaar drijven? Die hebben belet, dat Ed en ik de vriendschap op latere leeftijd zouden oppakken. Zijn vermeende dominantie over mij heeft Ed waarschijnlijk afgeremd om samen iets met mij te ondernemen en mijn vermeende gedachtes over hem, als iemand die nooit zin heeft iets te ondernemen, heeft míj altijd afgeremd  actie te ondernemen naar hem. En nu zie ik een liefhebbende actieve zorgzame vader. De beelden liegen er niet om. Een waar kunstenaar met prachtige schilderijen en fotowerken. Iemand die ik graag als vriend zou willen hebben, denk ik, nu ik afscheid van hem aan het nemen ben. Zoals al zijn vrienden nu ook afscheid van hem aan het nemen zijn.

Zijn dode lichaam met liefde opgebaard door zijn kinderen is verhult in een constructie van bamboe, alsof ze hem hebben verpakt in een tropisch mandje.  Klaargezet om meegenomen te worden in onze gedachtes, in onze herinnering aan een bijzonder mens. Hoe bijzonder hij is, merk ik aan de hoeveelheid liefde waarmee zijn kinderen hem hebben verzorgd ook na zijn overlijden. Hoe ze hem zelf hebben gewassen en ingesmeerd met Cocos olie. Hoe ze hem hebben bezig gehouden met gesprekken en zijn lievelingsmuziek. Onder aanvoering van hun moeder Lianne, de ex van Ed en haar vriend Jules die ook Ed’s vriend is geworden in de jaren na de scheiding. Ik mag ervaren hoe mooi het kan zijn tussen exen na een scheiding. Hoe Ed tijdens zijn ziekte van drie maanden door Lianne  zo liefdevol in haar huis opgenomen  is geweest, om hem mede te kunnen verzorgen. Een dag na zijn overlijden mag ik dit alles proeven. De kinderen zijn zo lief voor mij, alsof ze mij willen troosten in mijn verdriet, terwijl ik er ben om hen te

HenriB

 

Don`t copy text! Auteursrechtelijk beschermd, Plagiaat check ingeschakeld op verzoek uitgever